De kunst van proeflapjes breien.

De kunst van proeflapjes breien.

DSCN5587.jpg

Ik zie je al rologen en diep zuchten. Proeflapjes. Dat is wat het koude omkleedkotje  is voor de zwemmer, de ellenlange rij wachtenden in het pretpark, het voorgerecht van de dessert-liefhebber. Het is iets waar je door moet, iets dat volstrekt overbodig lijkt, iets dat het plezier van het einddoel in de weg staat.

Ik snap het wel. Je bent enthousiast om aan een nieuw project te beginnen. Het patroon en de mooie wol die je met veel zorg uitkoos, ligt klaar. Je ziet het afgewerkte breiwerk al bijna voor je. Maar dan begint de miserie. Je moet een proeflapje breien. Een vierkantje, waar je voor de rest nooit meer iets mee doet. Zonde van de wol. En zonde van je tijd.

Of niet?

In een ideale wereld, waar geen proeflapjes bestaan, zou elke persoon even vast of los breien. Zit er in elke 10 cm van elke breier evenveel steken. Kan je gewoon op de wikkel kijken welke breinaald je moet nemen en hoeveel steken je moet opzetten om tot het perfecte vierkantje te komen. Helaas pindakaas. Dit is nu eenmaal niet de ideale wereld. De kans dat de persoon die het patroon heeft ontworpen van die trui - die jij straks voor jezelf gaat breien en waarmee je de ogen van je collega's hoopt uit te steken - dezelfde stekenverhouding heeft dan jij, is redelijk klein.

Ach, ach, wat doet die steek meer of minder er toe? Aan mierenneukerij doen wij niet mee! 
Goed, laten we even rekenen: stel, de patroonmaker van de prachtig zittende trui had 20 steken nodig om tot 10cm te komen. Jij hebt 19 steken nodig, want je breit iets losser. Die Γ©ne steek verschil maakt inderdaad niets uit wanneer je een sjaal, een babydekentje of een tochthond breit (ik zeg maar wat). Maar die perfect zittende trui, wordt, wanneer je hetzelfde aantal steken opzet dan het patroon voorschrijft, bij een borstomtrek van 100cm, wel 5cm te breed (reken maar na!). Niet zo perfect zittend meer dus.

Vandaar: met het risico dat je al lang hebt weggeklikt naar een blogpost met een minder prekend karakter, herhaal ik toch nog eens graag: brei altijd een proeflapje!

1. Groter is altijd beter.

Maak je proeflapje groter dan 10cm. Hoe groter hoe beter. 
Wanneer je begint met een proeflapje, brei je vaak strakker dan wanneer je al een tijdje in het ritme van het breien zit. Bovendien wil je niet meemaken dat je proeflapje net kleiner is dan 10 cm en je opnieuw moet beginnen. Als de wikkel bijvoorbeeld zegt dat je 20 steken nodig hebt voor 10 cm, zet ik er meestal 30 op.

2. Het beste proeflapje is geen proeflapje.

Het beste proeflapje is een afgewerkt stuk dat je met die wol breide. Dus heb je ooit een sjaal, trui, deken, ... gebreid met de wol en weet je nog met welke naalden je die breide? Tel na hoeveel steken en rijen je op 10 x 10 cm hebt en hupsa: het proeflapje kan je al overslaan (als het klopt natuurlijk).

3. Brei een boordje.

Om het krullen tegen te gaan en om makkelijker te kunnen meten, brei je best een boordje rond om rond. Dus de eerste en de laatste rijen brei je rechts. Alsook de eerste en laatste 2 steken.

4. Block je proeflapje.

Ik weet het, dat klinkt wellicht een beetje streverig. Maar echt, het is eigenlijk super logisch. Je afgewerkte trui block je ook, of je gaat op z'n minst je trui een keertje moeten wassen. Maar het nat maken van je wol, verandert vaak je stekenverhouding. Afhankelijk van je wolsamenstelling kan je breiwerk enorm uitzetten (in de lengte en/of in de breedte). Het heeft natuurlijk weinig zin om al die moeite te doen om een proeflapje te breien en een trui te hebben die alsnog te breed is nadat je hem één keer nat hebt gemaakt.

5. De ene priem is de andere niet.

Gebruik steeds dezelfde naald voor je proeflapje dan de naald die je wilt gebruiken voor je uiteindelijke breiwerk. Hou hierbij ook rekening met het materiaal: met een metalen priem ga je wellicht een andere stekenverhouding krijgen dan wanneer je een houten priem gebruikt, ook al heeft deze dezelfde dikte. Dat komt doordat een metalen priem wat gladder is en je dus met een andere spanning breit.
Ook niet onbelangrijk: als je in't rond plant te breien, is het een goed idee om je proeflapje ook in't rond te breien. Je breit dan altijd rechtse steken, wat ook weer een andere stekenverhouding geeft dan wanneer je een rechtse rij afwisselt met een averechtse rij. 

6. Documenteer!

Houd je proeflapjes bij en label het: welke wol is het, welke naald gebruikte je en wat is de stekenverhouding? Niets zo ergerlijk om een proeflapje te hebben, en niet meer weten welke naald je gebruikte, of welke wol het precies is. Ik gebruik daarvoor papieren labeltjes die ik aan mijn proeflapje knoop.

Eens je proeflapje klaar is, leg je het op een vlak oppervlak en steek je speldjes / naalden op 10 cm van elkaar. Tel het aantal V-tjes tussen beide speldjes (elke steek is een V, geen omgekeerde V). Je kan hier trouwens ook halve v-tjes uitkomen dus 20,5 steek is perfect mogelijk.

Waarom ik met speldjes werk? Als ik dat niet doe, durf ik wel eens 'vals' te spelen. Als ik 20 steken tel en ik weet dat ik er 19 nodig heb, betrap ik me erop dat ik wel eens tikkeltje harder aan het proeflapje trek en het zo laat kloppen. Wishfull thinking kan hier een heel grote spelbreker zijn.

Klopt jouw stekenverhouding met dat wat het patroon voorschrijft? Doe een dansje, bedank de breigoden en nestel je met je breiwerk in de zetel.
Kom je op een hoger aantal steken uit? Dan brei je iets vaster en heb je dus een dikkere naald nodig. Kom je op een kleiner aantal steken uit? Dan brei je wat losser en heb je een kleinere naald nodig. In beide gevallen moet je opnieuw een proeflapje breien. Helaas. 

Komt het aantal steken wel overeen, maar het aantal rijen niet? Vaak is dat minder problematisch, omdat patronen vaak werken met aantal centimeters in plaats van aantal rijen. Pas je het toch graag aan? Probeer dan eens een ander materiaal van priem: houten/metalen priemen hebben een grotere invloed op het aantal rijen dan op het aantal steken.

(c) coco-cie.be - gauge

May your gauge be with you.

Follow
Quokka Sweater - Compagnie M.

Quokka Sweater - Compagnie M.

Het begin.

Het begin.