De saga van het kerstkado / Shear - Emily Greene

De saga van het kerstkado / Shear - Emily Greene

IMG_0390.jpg

Ik heb dat nooit kunnen vatten. Dat er mensen zijn die niet weten wat ze op hun kerstlijstje moeten zetten. Die zuchtend en schouderophalend in de leegte staren nadat er iemand hen heeft gevraagd wat ze graag zouden krijgen. Die met heel veel gevoel voor drama fluisteren dat ze alles al hebben. Of toegeven dat ze alles wat ze willen, gewoon al gekocht hebben. Serieus? Ik kan gemakkelijk vijftig zaken opsommen waar ik belachelijk gelukkig van zou worden: een origami-diy-nijlpaard-kit voor aan de muur, een blauwgrijs hexagonen bloempotje, die ene handgeverfde oudroze merino wol, het kookboek waar ik de helft van de ingrediëntenlijst niet van kan uitspreken maar waar wél prachtige foto’s in staan, het plantenbakje met kruiden wat mooi zou staan op mijn keukeneiland. Is het omdat ik niet makkelijk geld aan mezelf uitgeef of omdat ik oprecht geloof dat mijn leven miraculeus gaat beteren wanneer ik de perfecte beker voor mijn ochtendlijke café latte heb gekregen? Feit is dat ik de meest gegeerde ben bij het namen-trekken (wat ook eens aangenaam is na jarenlange turnles-kies-uw-team-trauma’s), want mijn lijstjes zijn altijd gênant lang, onnodig gedetailleerd en mijn reactie bij het krijgen van al dat moois altijd eerlijk enthousiast. Noem het materialistisch, noem het hebberig, maar ik ben de lijstjes koningin van het kerstimperium.

Soit, dat is een lange intro om mijn ongeloof te kaderen toen mijn broer lang moest nadenken voor hij me kon vertellen wat hij graag wilde voor kerst. Ja, tuurlijk, ik kan ook gewoon een verrassing kopen en hem plezieren met iets wat ik minutieus voor hem heb uitgezocht. Maar de hobby’s van mijn broer zijn: fietsen, fotograferen en koken. En hij is onhebbelijk minutieus in zijn materiaal. Dus nee, ik koop geen fietsbel, koksmes of cameratas, want de kansen dat die niet de juiste toonhoogte, de juiste vorm of van het juiste materiaal zijn, zijn astronomisch.

Ik grapte dat ik een muts voor hem zou breien, waarna hij riep: “ja, een muts! Dat wil ik wel. Doe dat maar.” Ik weet nog steeds niet of hij dat nu echt wou, of hij gewoon de discussie wou beëindigen, maar ik brei graag mutsen dus besloot er verder ook niet al te veel meer over te filosoferen. Maar mijn broer zou mijn broer niet zijn (en ok, we hebben wel wat gemeen), moest er geen waslijst aan eisen volgen: niet te dik, lekker zacht, in 1 donkere kleur, maar wel graag met wat structuur en passend bij zijn bruin-groen-grijze-ondefinieerbare-kleur jas.

Ik dook het zwarte gat in (ook wel ravelry genaamd) en kwam na enkele uren wikken, wegen en vergelijken uit op Shear van Emily Greene. In Arbor van Brooklyn Tweed in de kleur carob (bruin, maar afhankelijk van hoe het licht valt ook wel wat grijzig). Mooie structuur, kan ook voor mannen met een wat breder hoofd, niet te moeilijk maar wel interessant door de details. Check. Ik had ook nog een maand de tijd, dus cadeautje voor de broer: eitje.

Insert kleine stilte.

Het ging ook écht super vlot. Een foutloos parcours van opzetten tot eindjes wegwerken. Genoeg wol, niets moeten uittrekken, een goede pasvorm en twee dagen voor de deadline klaar. Contentement alom!

Insert kleine stilte.

En toen ging ik blocken. Ik moet toegeven dat ik dat met mutsen niet altijd doe, maar ik was overtuigd dat de structuur er beter ging uitkomen als ik de muts even in wat water zou weken en dan zou laten drogen op een opgeblazen ballon. Dat doen al mijn brei-idolen immers ook met hun mutsen.

Helaas.

De muts is beginnen groeien en ik eindigde met een muts waar zelf kabouter Dopey van Sneeuwwitje zijn neus voor zou ophalen. Veel en veel te groot.

Heb ik een beetje moeten wenen? Misschien.
Helaas ben ik soms wat koppig (en naïef) en bedacht me dat ik een nieuwe muts kon breien en deze plat kon blocken zodat er minder zwaartekracht op zou werken en dus niet zo zou uitrekken. Ik heb vervolgens mijn man de kerst-shopping-drukte ingestuurd voor een nieuwe streng wol (ik moest werken die dag, anders zou ik zelf wel gegaan zijn, zo’n onmens ben ik niet), ben als een bezetene beginnen breien en heb een tweede muts gebreid op twee avonden tijd. Maar lieve lezers, een gouden tip: haast en spoed is zelden goed. Die muts was niet om aan te zien. Geen gelijke steken, foutjes, ongelijke spanning en opnieuw: veel te groot na het blocken. Heb ik opnieuw wat traantjes gelaten? Misschien.

Gelukkig hoort er bij elk kerstverhaal een klein mirakel. Want op de één of andere ongekende en miraculeuze wijze is de eerste muts terug wat beginnen krimpen nadat hij volledig opgedroogd was. Nog steeds wat naar de grote kant, maar in de wetenschap dat de meerderheid van mijn familie nogal voorzien is van een groot hoofd, heb ik de eerste muts mooi ingepakt en mijn adem ingehouden toen hij werd uitgepakt.

Paste hij? Ongeveer.
Was hij blij? Ik denk het wel.
Geef ik hem volgend jaar gewoon een fietsbel? Wees maar zeker.


Follow
Mijn 18 van 2017

Mijn 18 van 2017